Wat is bekend van de invloed van jodium, gebruikt in contrastmiddelen, op weefsels?
Kunnen deze interacties een verklaring zijn voor de bijwerkingen van jodiumhoudende contrastmiddelen?

Op verzoek van de NVSMC is deze vraag onderzocht door de wetenschapswinkel biologie van de Universiteit Utrecht.
Onder begeleiding van het Research Instituut Toxicologie (prof. dr. W. Seinen) en de wetenschapswinkel (ir. M. Vaal) is hierover een literatuurstudie verricht door Esther Siers.

De resultaten van deze studie zijn kortweg de volgende: "Contrastmiddelen die jodium bevatten, worden gebruikt in de radiodiagnostiek om organen en weefsels zichtbaar te maken. In dit onderzoek is het ontstaan van de (soms ernstige) bijwerkingen onderzocht. Het jodium kan effecten op schildklier, speekselklier en mogelijk overgevoeligheidsreacties veroorzaken. Bijwerkingen in nieren, hart, longen en hersenen worden waarschijnlijk niet door jodium veroorzaakt. Er zijn patiënten die een grotere kans op bijwerkingen hebben. Jodiumhoudende contrastmiddelen dienen voorzichtig toegepast te worden."

Over deze studie is een rapport gepubliceerd. Hierin staat als samenvatting het volgende:

"Al sinds lange tijd worden jodiumhoudende contrastmiddelen gebruikt in de radiodiagnostiek om te onderzoeken organen of weefsels zichtbaar te maken. Vanaf het ontstaan van de contrastmiddelen is men op zoek geweest naar het "ideale" contrastmiddel, dat zo min mogelijk bijwerkingen veroorzaakt. In deze literatuurstudie is de mogelijkheid onderzocht of het jodium dat aanwezig is in de contrastmiddelen verantwoordelijk is voor de contrastmiddel-ge nduceerde bijeffecten.

Uit deze literatuurstudie is gebleken dat slechts enkele bijwerkingen van contrastmiddelen veroorzaakt worden door het jodium in de middelen, dat als vrije jodium atomen meegespoten wordt met de contrastmiddel-oplossing of eventueel vrijgemaakt wordt door dejodinering van de contrastmiddel-moleculen. Het jodium kan effecten hebben op de schildklier, de speekselklieren en het zou mogelijk overgevoeligheidsreacties kunnen veroorzaken.

Bijwerkingen van contrastmiddelen die geobserveerd worden in de nieren, het hart, de longen en de hersenen worden waarschijnlijk niet veroorzaakt door jodium. De contrastmiddelen hebben allerlei vasculaire effecten (bijvoorbeeld vaatverwijding, vaatvernauwing, activatie van de bloedstolling en het complementsysteem); deze effecten zouden de bijwerkingen van contrastmiddelen in de nieren, het hart en de longen kunnen verklaren. Het is nog niet bewezen dat de bijwerkingen die waargenomen worden in de hersenen ook geïnduceerd worden door effecten van contrastmiddelen op de bloedvaten. De exacte mechanismen waardoor contrastmiddelen bijwerkingen veroorzaken zijn nog niet bekend.

Aangezien soms milde tot ernstige reacties waargenomen worden na toediening van contrastmiddelen, met in enkele gevallen zelfs de dood tot gevolg, dient voorzichtig omgegaan te worden met het gebruik van jodiumhoudende contrastmiddelen. Hierbij moeten vooral de risicopatiënten, die extra gevoelig zijn voor het ontstaan van bijwerkingen, in het oog worden gehouden."

Wilt u het rapport Contrastmiddelen. Jodium-gerelateerde en jodium-onafhankelijke bijwerkingen in zijn geheel lezen?
Dat kan, want u kunt het downloaden van de website van de wetenschapswinkel biologie, door op deze link te klikken.  (Dowload als pdf-file.)

0 Stemmen

0 Reacties

Plaats een reactie