De NVSMC vroeg zich af of er in de tweede helft van de jaren negentig een verschuiving is opgetreden in het gebruik van contrastmiddelen van hoog osmolaire naar laag osmolaire contrastmiddelen in de Nederlandse ziekenhuizen. Dat is op haar verzoek nagegaan door de Wetenschapswinkel Geneesmiddelen van de Universiteit Utrecht.
De Nederlandse Vereniging van Slachtoffers van Medische Contrastmiddelen (NVSMC) heeft in 1994 een onderzoek laten doen door de Wetenschapswinkel naar de bijwerkingen van contrastmiddelen. Uit dit onderzoek blijkt dat er een verschil is in de frequentie van bijwerkingen door hoog osmolaire contrastmiddelen (HOCM) en door laag osmolaire contrastmiddelen (LOCM). Bij LOCM zijn er namelijk minder bijwerkingen te bespeuren ook al is dit verschil gering.
Als vervolgonderzoek op het onderzoek uit 1994 is bij het keuzevak Farmaco-epidemiologie door de Wetenschapswinkel opdracht gegeven om een enquête op te stellen voor alle ziekenhuisapothekers in Nederland, waarin gevraagd wordt naar het gebruik van hoog en laag osmolaire jodiumhoudende contrastmiddelen in de jaren 1994-1998.
Uit de resultaten van de enquête blijkt dat het aandeel van de laag-osmolaire contrastmiddelen in de periode 1994 - 1998 gestegen is van 43% in 1994 naar 83% in 1998. Lineaire regressie liet zien dat deze stijging gemiddeld 10% per jaar was. Er lijkt derhalve een duidelijke verschuiving te zijn opgetreden ten faveure van de laag-osmolaire contrastmiddelen.
U kunt de tekst van het gehele onderzoeksrapport met de lange titel Onderzoek onder ziekenhuisapothekers naar verschuiving in het gebruik van hoog-osmolaire contrast media versus laag-osmolaire contrast media in zijn geheel downloaden in pdf-formaat:

Rapport onderzoek onder ziekenhuisaptothekers naar verschuiving in het gebruik van hoog-osmolaire contrast media versus laag-osmolaire contrast media.
0 Reacties