Het element Thorium werd in 1828 door Jons Jacob Berzelius ontdekt die het naar de Scandinavische oorlogsgod Thor noemde.
Vanaf het moment dat Thorium in een röntgencontrastmiddel werd toegepast speelt het de hoofdrol in één van de rampzaligste relazen uit de recente medische geschiedenis.
Vanaf 1929 (in de VS 1932) werd het, voor diagnostische doeleinden, over de hele wereld in talloze patiënten geïnjecteerd, totdat het in 1960 'in onbruik' raakte.
Het had zo'n dertig jaar en enkele epidemische onderzoeken geduurd totdat het tot de medische professie doordrong dat de alfadeeltjes, samen met andere restproducten, zich nestelden in weefsels en organen zoals het arachnoide vlies en ook in het reticulo-endotheliaal systeem (RES), vervolgens arachnoiditis, kwaadaardige tumoren aan de neuraxis, leukemie, haemangiosarcoma veroorzakend, als wel leverkanker en andere kwaadaardige gezwellen.
Thorotrast heeft een halveringstijd van 1.4 miljard jaar. Het biologisch uitscheiden van Thorotrast door het lichaam wordt geschat een halveringstijd van 400 jaar te hebben.
Voor een hoog radioactieve stof (Th232 geeft primair alfa deeltjes af) is het niet verwonderlijk te ontdekken (toen gestandaardiseerde sterftecijfers van over de hele wereld werden bestudeerd) dat personen die blootgesteld waren geweest aan Thorotrast beduidend excessief voorkwamen in alle doodsoorzaken (in het bijzonder die als gevolg van kanker, met in het bijzonder die van een hematologische etiologie).
De sterftekans van personen die Thorotrast toegediend hadden gekregen bleek met minstens een factor drie te zijn toegenomen.
De vorming van gezwellen vindt voornamelijk plaats in de lever en lymfoïde weefsels omdat het reticulo-endotheliaal systeem de route is waarlangs thorium dioxide uit het lichaam wordt afgevoerd. Helaas laat deze toxische stof zich nauwelijks door het RES uitscheiden.
In Nederland zijn in de periode 1930-1960 vermoedelijk meer dan 10.000 patiënten ingespoten met Thorotrast, hoewel in de aanvangsperiode al voor de nadelige gevolgen werd gewaarschuwd.
Een recent literatuuronderzoek beschrijft een aantal gevallen van beginnende osteosarcoma en soortgelijke tumoren in patiënten met een gemiddelde latente periode van 26 jaar na het onderzoek; daarbij bleek dat de latente periode omgekeerd evenredig gerelateerd was aan de dosis.
Een ander recent onderzoek doet een gemiddelde latente periode van 36 jaar vermoeden (tussen de blootstelling aan thorium dioxide en het begin van angiosarcoma in de lever), er zijn echter ook gevallen bekend waar het zo lang als 54 jaar later de oorzaak was voor het ontstaan van kanker.
Nadat Thorotrast 'in onbruik raakte' mocht het middel aanvankelijk nog als contrastmiddel toegepast worden bij patiënten met een beperkte levensverwachting, totdat in 1980 de autorisatie voor gebruik voor medische doeleinden, zowel uit- als inwendig, geheel teruggenomen werd.
Tegenwoordig is thorium dioxide krachtens de Hazard Communication Standerd (Gemeenschappelijke Risico Standaard) gedetacheerd als 'chemisch gevaarlijk'.
Thorotrast werd vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw geleidelijk vervangen door Lipiodol als myelografisch contrastmiddel.

0 Reacties